|
Steunpunt Gelijkekansenbeleid zoemt in op ... Man/vrouw verschillen bij zelfstandigen
ZOEM nr 4 Man/vrouw verschillen bij zelfstandigen - juni 2008 Auteur: Marjan Van Aerschot
Inleiding
Over betaald en onbetaald werk bij mannen en vrouwen is al heel wat gepubliceerd. Meestal echter wordt enkel gesproken over loontrekkenden of over de beroepsbevolking in het algemeen. Dit artikel wil de aandacht vestigen op een groep die meer dan eens vergeten wordt in het discours: de zelfstandigen. Zelfstandigen vormen een aparte groep binnen de groep werkenden omdat zij zich in een bijzondere situatie bevinden. Zelfstandigen zijn hun eigen werkgever en werknemer tegelijk; ze zijn vrij in hun keuzes wat betreft arbeidsduur, arbeidsschema en vakanties, maar dragen daarnaast de verantwoordelijkheid voor hun eigen tewerkstelling en inkomen en die van hun personeel.
Eigen analyses op basis van een dataset van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck (Van Aerschot, 2006b) en ander onderzoek (Geurts, Dessein, Stevens en Tratsaert, 2004; Glorieux, 2004; Schoukens, 1999) wezen uit dat zelfstandigen verschillen van werknemers inzake werkkenmerken (arbeidsduur, arbeidsschema) en individuele kenmerken. Zo zouden zelfstandigen in vergelijking met werknemers gemiddeld een hogere leeftijd hebben, meer uren werken en vaker ’s avonds, in het weekend en op onregelmatige uren werken. Naast deze verschillen, onderscheidt de groep zelfstandigen zich ook van de groep loontrekkenden door een meer beperkte bescherming via de sociale zekerheid en op arbeidsrechterlijk vlak.
De sociale zekerheid voor zelfstandigen is anders opgebouwd en verschillend gefinancierd dan deze voor werknemers. Over het algemeen kunnen we stellen dat sociale zekerheidsuitkeringen voor pensioenen en ziekte (veel) lager zijn bij zelfstandigen dan bij loontrekkenden (Van Aerschot, 2006c). Arbeidsongevallen en beroepsziekten, bescherming op het werk van zwangere vrouwen, loopbaanonderbreking, tijdskrediet, ouderschapsverlof; allemaal voorbeelden van regelingen die voor werknemers zijn uitgewerkt, maar voor zelfstandigen niet. Vooral de bescherming op het werk van zwangere vrouwen, de mogelijkheden om tijdelijk te stoppen met werken of minder te werken door het opnemen van tijdskrediet, loopbaanonderbreking of ouderschapsverlof, is wat die vrouwen missen in het zelfstandigenstatuut. Nog steeds maken immers vooral vrouwen gebruik van deze mogelijkheden om hun beroeps- en privé-leven op elkaar af te stemmen (Van Aerschot, 2004) en waarderen zij de regelingen voor zwangere vrouwen en jonge moeders, zoals het recht op minder gevaarlijk werk tijdens de zwangerschap, het recht afwezig te zijn van het werk voor zwangerschapsonderzoeken en het recht op borstvoedingsverlof. De afwezigheid van deze mogelijkheden voor zelfstandigen kan de loopbaankloof tussen mannen en vrouwen in een zelfstandigenstatuut nog vergroten in vergelijking met de kloof bij loontrekkenden.
In wat volgt gaan we daarom eerst na welke verschillen er bestaan tussen mannelijke en vrouwelijke zelfstandigen op het vlak van betaalde en onbetaalde arbeid. Hiervoor deden we analyses op data van de Panel Studie van Belgische Huishoudens (PSBH) en gebruikten we cijfers van de RSVZ en van het Steunpunt WAV. Waar mogelijk vergelijken we de resultaten met bevindingen uit ander onderzoek. Daarna bespreken we de situatie van de meewerkende echtgenoten.
Het was niet makkelijk om een dataset te vinden die voldoende zelfstandigen bevat en die bovendien representatief is voor Vlaanderen. Veel datasets bevatten ofwel te weinig zelfstandigen om geldige uitspraken te kunnen doen, ofwel te weinig informatie over de zelfstandigen. Voor de analyses in dit artikel gebruikten we de data van de Vlaamse respondenten van golf 11 van de PSBH. De aantallen in de tabellen zijn steeds gewogen gemiddelden. Dit laat ons toe uitspraken te doen over de vrouwelijke en mannelijke zelfstandigen in Vlaanderen. Omdat het telkens om kleine aantallen gaat, waren we zeer voorzichtig bij de interpretatie van de gegevens en het veralgemenen van de resultaten. De PSBH-data zijn in België de meest betrouwbare en uitgebreide bron om uitspraken te doen over zelfstandigen. Andere datasets met gelijkaardige informatie bevatten meestal nog minder respondenten met een zelfstandigenstatuut of zijn minder representatief.
Voor bepaalde informatie die we nodig hebben, is de PSBH minder geschikt. Zo stelden we vast dat er geen informatie beschikbaar is over het arbeidsschema (weekendwerk, avondwerk, onregelmatige uren) van zelfstandigen. Deze informatie vonden we wel terug in andere bronnen, die in de betreffende paragraaf worden aangehaald.
Navigatie
Download het hele artikel hier
of ga naar:
1 Evolutie van het aantal en aandeel mannelijke en vrouwelijke zelfstandigen
2 De leeftijd van mannelijke en vrouwelijke zelfstandigen
3 Soorten zelfstandigen naar geslacht
4 Inkomensongelijkheid
5 De werkuren en het werkschema
6 Onbetaalde arbeid
7 Tevredenheid met werk en vrije tijd
8 De medewerkende echtgeno(o)t(e)
9 Algemene conclusies
Bibliografie
Verantwoording
ZOEM is een artikelenreeks over gelijke-kansen-thema’s waarover binnen het Steunpunt Gelijkekansenbeleid onderzoek wordt verricht: gender, etniciteit en seksuele voorkeur. In de artikels zoemen we in op bepaalde aspecten van gelijke kansen door het bespreken van cijfergegevens uit afgerond onderzoek in Vlaanderen en daarbuiten. We brengen bestaande gegevens samen in een overzichtelijk artikel waarvan de verschillende onderdelen ook apart gelezen kunnen worden. De navigatiemogelijkheden (links) in de mailing en op de website ondersteunen deze doelstelling. ZOEM past in de strategie voor een betere ontsluiting van onderzoeksgegevens over gelijke kansen. De eerste ZOEM van de reeks gaat over holebi’s en kwam uit in september 2007. ZOEM nummer twee heeft allochtone vrouwen als onderwerp, de derde ZOEM handelt over alleenstaand ouderschap en gender. In ZOEM 4 bestuderen we de verschillen tussen mannen en vrouwen met een zelfstandige beroep.
|