Arbeidsmarktparticipatie van hooggeschoolde nieuwkomers op de Vlaamse / Belgische arbeidsmarkt met bijzondere aandacht voor genderaspecten

Initiator: Universiteit Antwerpen
Promotor: prof dr. Chris Timmerman
Co-promotor: prof dr. Dimitri Mortelmans
Doctorandus: Johan Geets 
 
  
Met dit onderzoek willen we een bijdrage leveren tot een theorie van internationale migratie van hooggeschoolden, met specifieke aandacht voor gender. Via een kwalitatief[1] en kwantitatief onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van hooggeschoolde nieuwkomers op de Vlaamse/Belgische arbeidsmarkt trachten we twee vigerende theorieën te toetsen. Enerzijds op structureel niveau de segmentatietheorie en op individueel niveau de ‘human capital’ theorie.
 
De probleemstelling van onderhavig proefschrift is voornamelijk gegegroeid uit een afgerond VIONA-onderzoek mbt ‘nieuwe migranten en de arbeidsmarkt’. (Geets, Pauwels, Wets, Lamberts, Timmerman, 2006) Hieruit blijkt dat hooggeschoolde immigranten moeilijkheden ondervinden  met een ‘jobmatch op niveau’. Enkele vaststellingen:
- hooggeschoolde asielzoekers, erkende vluchtelingen, geregualiseerden en volgmigranten kennen een andere intrede tot de arbeidsmarkt, wat tevens van belang is voor de verdere loopbaanontwikkeling;
- een precair verblijfstatuut en een ‘human capital gap’ hypotheceert de arbeidsmarktpositie van hooggeschoolde immigranten;
de kans voor het bekomen van een permanent verblijfstatuut in het algemeen en de ‘erkenningskans’ voor asielzoekers specifiek, is bepalend in de “keuze” tussen korte termijn denken (geld verdienen) of lange termijn denken (integreren via het volgen van taal- of beroepsopleidingen;
- snel werk hebben is geen voldoende, noch noodzakelijke faciliterende factor voor ‘integratie in de brede zin’;
hooggeschoolde volgmigranten hebben, ondanks hun nagenoeg onmiddelijk  permanent verblijfstatuut, paradoxaal genoeg de minste kans om hun vaardigheden, kwalificaties en werkervaring te verzilveren via onderwijs- of (beroeps)opleidingskanalen;
- het beperkt aanbod van (beroeps)opleidingen voor hooggeschoolde nieuwkomers leidt tot structurele vormen van een ‘gesegmenteerde arbeidsmarkt’;
slechts enkelingen, in bijzonder gunstige omstandigheden, slagen er in om op termijn min of meer een functie ‘op niveau’ uit te oefenen;
- vrouwelijke hooggeschoolde nieuwkomers worden geconfronteerd met bijkomende drempels tot arbeidsparticipatie en loopbaanontwikkeling.
 
Deze vaststellingen krijgen bevestiging uit ander onderzoek in binnen- (Pang ea., 2002) en buitenland. (Klaver et al. 2007)
 
De hypothese die wij opperen, is dat de verschillende immigrantengroepen verschillende economische en socio-culturele profielen hebben en mede daardoor verschillen vertonen in de wijze waarop zij de arbeidsmarkt betreden. Daarnaast zullen de specifieke migra­tiecontext en de juridische categorieën waarin de nieuwe migranten onder­verdeeld worden (gezinsherenigers, asielzoekers, erkende vluchtelingen, geregu­lariseerden, mensen zonder wettig verblijf) ook hun weerslag hebben op hun mogelijke intrede in de arbeidsmarkt. Zo trachten we te komen tot bepaalde typeprofielen van arbeidsmarktposities. 
 
We vetrekken vanuit het ordeningsmodel van Veenman (1997) waarin drie factoren zijn bijeengebracht die bepalend zijn voor de positieverwerving.
-        Kansenstructuur: voor wat betreft de positie van werkenden gaat het hier in het bijzonder om de werkgelegenheidsstructuur, die zich in navolging van de structuralistische benadering laat onderscheiden in segmenten of deelmarkten met een verschillend allocatiemechanismen. Het gevolg is onder andere dat er verschillen in beloning en mobiliteit zijn.
- Ook in- en uitsluitingsmechanismen spelen een rol
- Een derde niveau betreft de hulpbronnen. Dit niveau sluit het meest aan op de zgn. individualistische benadering. Op dit niveau wordt de aanbodzijde in de beschouwing genomen. Veenman onderscheidt het economische kapitaal (opleiding, werkervaring), het informatiekapitaal (bv. kenmerken van de Nederlandse arbeidsmarkt), het cultureel kapitaal (bv. normen, aspiraties, verwachtingen) en het sociaal kapitaal (netwerken waartoe men behoort)
 
De ‘human-capital theorie’ situeert zich op individueel analyseniveau (hulpbronnen) en de segmentatietheorie op structureel analyseniveau (kansenstructuur).
We bekijken de van de arbeidsmarkt vanuit twee onderzoeksniveaus: het macro- en microniveau. Het macroniveau wenst een overzicht te geven van aantallen en profielen door gebruik te maken van diverse databronnen: analyses van beschikbare administratieve databanken en een kleinschalige survey. Het microniveau krijgt vorm door het bevragen van de doelgroep zelf doormiddel van diepte-interviews. Door een analyse van de levensloopbanen krijgen we zicht op verschillen en gelijkenissen in de arbeidsmarkttrajecten van de nieuwkomers.


[1] In het jaarplan van 2007-2008 is er reeds sprake van voorbereidende activiteiten mbt het kwalitatief gedeelte. Dit is verschoven naar achter. De bedoeling hiervan is de zgn. 'onverklaarde rest' van het kwantitatief onderzoek te expliciteren in een kwalitatief gedeelte.
 
Contactgegevens Johan Geets
Publicaties i.v.m. dit onderzoek kan je hier downloaden.

 
Inhoudsverantwoordelijke: mona.nonneman