Antidiscriminatierecht – Werkpakket 2

Religieuze discriminatie in private relaties
Supervisor: prof. dr. Stefan Sottiaux 
Onderzoeker: dr. Jogchum Vrielink

De horizontalisering van het discriminatieverbod op grond van godsdienst en overtuiging roept tal van vragen op, die centraal staan in werkpakket 2 inzake discriminatierecht.

Een verschil in behandeling op grond van religie wordt typisch als gerechtvaardigd beschouwd als er een ‘objectieve en redelijke rechtvaardiging’ voor voorhanden is. Dit vereist het bestaan van een legitiem doel en evenredigheid tussen middelen en doel. Deze rechtvaardigingstoets biedt een grote appreciatiemarge. Dit is vooral zo in private relaties: in verticale relaties is veel rechtsleer en rechtspraak voorhanden die verduidelijkt wat kan gelden als een legitiem doel en hoe de rechtvaardigingstoets ingevuld moet worden. In horizontale relaties bestaat veel minder duidelijkheid.

Binnen dit werkpakket willen we dan ook ten eerste richtlijnen ontwikkelen voor oordelende instanties in deze materie (gelijkheidsorganen, rechters, etc.). Daarbij zal ook worden bezien of het nuttig zou zijn als de Vlaamse of Belgische wetgever optreedt in deze materie. Meer specifiek is de onderzoeksvraag van dit werkpakket welke rechtvaardigingen (zowel op het niveau van legitieme doelen en in relaties tot proportionaliteit en noodzakelijkheid) en uitzonderingen kunnen of moeten gelden voor private actoren in relatie tot ongelijke behandeling op grond van godsdienst/overtuiging.

<< terug