De context van homofoob geweld

Een etnografische case-study in het centrum van Brussel

Photo: Ana Freitas

Het Steunpunt Gelijkekansenbeleid, Universiteiten Antwerpen en Gent, voerden een onderzoek naar de context van homofoob geweld in de publieke ruimte. Door participerende observatie en interviews in en rondom de Brusselse holebi-buurt, brengen zij in kaart welke sociale interacties en betekenisgeving de context vormen van homofoob geweld. Bijzondere aandacht gaat hierbij naar de rol van gender als belangrijk element in de constructie van homofoob geweld.

Tijdens de looptijd van het terreinonderzoek, van januari tot november 2013, namen 111 participanten deel: 32 vrouwen en 79 mannen. Elke deelnemer was betrokken bij het onderzoeksterrein als inwoner, bezoeker of om professionele redenen. Zestig participanten waren slachtoffer geweest van één of meerdere vormen van homofoob geweld in de publieke ruimte.

Non-conforme genderexpressies zijn een belangrijke aanleiding voor homofoob geweld. De interpretatie van genderexpressies heeft niet enkel te maken met zichtbare kenmerken die seksuele oriëntatie en gepercipieerde mannelijkheid en vrouwelijkheid aanduiden, maar ook met etniciteit, geschatte leeftijd en veronderstelde socio-economische status. Daders interpreteren deze kenmerken als verwijzingen naar homoseksualiteit of een bepaald ‘soort’ holebi. Zo kan een verzorgde kledingstijl bij mannen op zich al leiden tot homofoob geweld; treft lesbofoob geweld dat voortkomt uit heteroseksuele fantasieën met betrekking tot lesbische seksualiteit voornamelijk jonge lesbische vrouwen en is materieel geweld dat volgt op seksuele avances dikwijls gericht op oudere homomannen doordat daders bij hen een verlangen naar jonge of ‘exotische’ jonge mannen veronderstellen.

Binnen het holebi-milieu in de Brusselse holebi-buurt zelf, is homofoob geweld voornamelijk een reactie op ‘genderexpressies’ die niet beantwoorden aan het blanke mannelijke werkende middenklasse imago van de homoseksuele meerderheid in de buurt. Zowel aan lesbische vrouwen als aan homomannen van etnisch-culturele minderheden wordt soms de toegang tot gay-clubs ontzegd als zij niet in het gezelschap zijn van blanke homovrienden. Jonge homomannen van etnisch-culturele minderheden vermelden seksuele intimidatie op basis van etniciteit door blanke, oudere homomannen.

Een vergelijking van de context van de 167 concrete geweldervaringen van participanten, bracht boeiende verschillen aan het licht. Zo bleek de inschatting van het risico op homofoob geweld op verschillende plaatsen in het stadscentrum weinig overeenkomst te vertonen met de plaatsen waar concrete geweldervaringen hadden plaatsgevonden. Participanten omschrijven homofobie-veilige ruimtes als plaatsen waar meer blanken, vrouwen en politie in het straatbeeld aanwezig zijn. In het centrum van Brussel betreft het winkelzones die een kapitaalkrachtig publiek aantrekken en toeristische zones. De holebi-buurt wordt als de meest homofobie-veilige buurt gezien omdat holebi’s er in de meerderheid zijn en omdat er een politiecommissariaat in de wijk gelegen is. Homofoob geweld dat participanten meemaakten in het centrum van Brussel kwam echter het vaakst voor in en rondom gay-bars of -clubs en dit zowel binnen als buiten de holebi-buurt. De meeste gevallen van fysiek homofoob geweld vonden plaats in de toeristische zones buiten de holebi-buurt. Op de Anspachlaan, die op de grens tussen de homobuurt en de volksbuurt Anneessens als gevaarlijkste zone gezien wordt, vonden net minder homofobe incidenten plaats dan in en rondom gay-bars of –clubs. Terwijl de aanwezigheid van politie een belangrijke rol speelt in het veiligheidsgevoel van de meeste participanten, werd het contact met de politie bij concrete incidenten van homofoob geweld meestal als negatief ervaren.

Ook het mentaal daderprofiel van participanten verschilde sterk met het beeld dat naar voor kwam uit concrete gevallen. Potentiële daders zijn volgens participanten vooral heteroseksuele of niet ge-outte jonge mannen in groep, met een – meestal Marokkaanse – immigratie-achtergrond en een lage socio-economische status. Participanten halen voor homofoob geweld door blanke mannen vaker persoonsgebonden verklaringen en omstandigheden aan zoals de gemoedstoestand, psychische problemen of middelengebruik van de dader. Homofoob geweld door mannen van zichtbare etnisch-culturele minderheden percipiëren ze meestal als een structureel probleem. In dat laatste geval leggen ze vaak het verband met groepskenmerken van etnische minderheden of met kenmerken die te maken hebben met sociale klasse. Uit concrete gevallen van homofoob geweld dat participanten meemaakten, kwam een ander beeld naar voor. Daders van homofoob geweld tegen participanten waren inderdaad voornamelijk mannen, maar de etniciteit, seksuele oriëntatie, leeftijd en het aantal daders verschilde naargelang de vorm van geweld en naargelang de etniciteit en het geslacht van het slachtoffer. Bij verbaal en psychisch geweld tegen homomannen van (zichtbare) etnisch-culturele minderheden en tegen lesbische vrouwen waren daders bijvoorbeeld voornamelijk blanke mannen. Enkel fysiek geweld werd vaker door daders in groep gepleegd dan door daders alleen.

Een vergelijking van het verloop van de verschillende homofobe agressies die participanten zelf meegemaakt hadden, toont dat reacties van slachtoffers geen duidelijke invloed hebben op het verloop van het incident. Participanten dachten nochtans dat een goede reactie de escalatie van geweld net wel zou kunnen tegengaan. De tussenkomst van derden of het inroepen van de hulp van derden leidde meestal tot een beëindiging van het conflict. Actieve tussenkomst van derden is vaak zelfs niet nodig omdat hun aanwezigheid alleen al daders afschrikt. In de praktijk komen onbekende derden echter bijna nooit tussen.

Download hier de volledige publicatie

cover rapport

Huysentruyt, H., Dewaele, A., & Meier, P. (2014). De context van homofoob geweld in de publieke ruimte. Een etnografisch onderzoek in het centrum van Brussel. Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid.

Meer informatie?

Onderzoekster: heleen.huysentruyt@uantwerpen.be

Tel.  03/265.53.23

Lees ook de resultaten van de online survey 2013-2014
“Homofoob geweld in cijfers”

Reacties zijn gesloten.